Klimaatadaptatie staat hoog op de agenda. Overlast door regenwater wordt als een toenemend probleem gezien, vooral binnenstedelijk. Dat er overlast ontstaat is niet zo vreemd, we gaan namelijk op een heel onnatuurlijke wijze met regenwater om.

Regenwater in de natuur

Als er regen valt dan werkt de aarde als een spons: holtes in en op de grond worden eerst gevuld. Vervolgens maken planten, bomen en dieren daar dankbaar gebruik van. Planten en bomen zuigen regenwater op en dieren krijgen het binnen uit de planten die ze eten of drinken het uit plasjes, vennen, sloten en meertjes. 

Het regenwater zakt daarna langzaam weg in diepere grondlagen. Wat overtollig is wordt ondergronds en via oppervlaktewater afgevoerd naar lager gelegen land of naar de zee. 

Regenwater in de stad

De volgorde in de natuur is dus: opslag, gebruik, infiltratie, afvoer. Binnenstedelijk doen we het juist andersom, we voeren het regenwater af en dat is dus heel onnatuurlijk. Omdat steeds vaker blijkt dat onze riolering al dat regenwater niet kan verwerken, wordt er op steeds meer plaatsen regenwater geïnfiltreerd in de bodem. Dat is een stap in de goede richting, maar daarmee zijn we er nog niet.

De regenwaterladder

De enige goede oplossing voor onze steden is om gewoon de natuur te volgen, die heeft ten slotte al 3,8 miljard jaar ervaring. Bij de inrichting van onze regenwatersystemen zou deze regenwaterladder leidend moeten worden.

 Regenwaterladder, zoals de natuur het ons voordoet

Het principe van de ladder

Het principe van de ladder is overgenomen uit de wereld van materialen en grondstoffen. De ladder van Lansink is al decennia leidend in het gedachtengoed en staat aan de basis van de circulaire economie.