Naast de strijd tegen het zoute zeewater moet Nederland zich opmaken voor de strijd vóór het zoete water. Als we niet flink investeren, zal er voor de industrie te weinig zoet water beschikbaar zijn. De bloembollenteelt en de fruitteelt krijgen het dan moeilijker, net als bierbrouwers, metaalverwerkers en andere bedrijven die veel water gebruiken. Dat stelt prof.dr. Johan Woltjer, hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Lange tijd hebben we niet hoeven nadenken over zoet water: het was er gewoon. Die vanzelfsprekendheid is voorbij.’

Zo langzamerhand beginnen de gevolgen van de klimaatverandering merkbaar te worden in onze zoetwatervoorziening. Door de stijgende zeespiegel en langer aanhoudende droogtes, dringt het zilte zeewater verder door in de bodem. Niet alleen aan de kust begint het grondwater zouter te worden, maar ook verder landinwaarts. Als er niets gebeurt, verandert het aanzien van ons land: watergevoelige natuur verdwijnt, belangrijke gewassen kunnen niet meer worden geteeld en hele bedrijfstakken moeten hun activiteiten wijzigen of verplaatsen.

Alarmerende situatie

‘De situatie is op termijn vrij alarmerend,’ aldus planoloog Johan Woltjer. ‘Lange tijd hebben we niet hoeven nadenken over zoet water: het was er gewoon. Die vanzelfsprekendheid is voorbij. We moeten nu investeren om ons aan te passen aan een verminderde beschikbaarheid van zoet water en we moeten veel zuiniger met water leren omgaan.’ Toch nuanceert de hoogleraar zijn waarschuwing ook. ‘De problemen zijn serieus, maar internationaal gezien staat Nederland er nog heel aardig voor. In Midden- en Oost-Europa is de verdroging nog veel ernstiger. Als we nu de juiste investeringen doen en de waterzekerheid weten te garanderen, is dat gunstig voor de internationale concurrentiepositie van Nederland.’

Zout drinkwater?

Voor de drinkwatervoorziening pompen veel Nederlandse waterbedrijven voornamelijk grondwater op: het is zo zuiver, dat het nauwelijks gefilterd hoeft te worden. Maar het grondwaterpeil daalt en sommige waterbedrijven stuiten nu al op zilt water. Zij moeten op zoek naar nieuwe vestigingslocaties. Woltjer: ‘Om voldoende drinkwater te blijven leveren, moeten de waterbedrijven meer oppervlaktewater gaan filteren en werken aan leidingennetwerken, waarmee ze onderling water kunnen uitwisselen. Dat vergt investeringen, maar waterbedrijven zijn daarmee nog afwachtend. Té afwachtend, naar mijn smaak. Want dit is echt geen probleem dat over tien jaar pas gaat spelen.’

Nederland zonder tulpenbollen?

Ook in de landbouw zal het nodige veranderen, aldus Woltjer. ‘Er wordt al gewerkt aan alternatieven. Aan gewassen die met minder, of met zilter water tóch goed groeien bijvoorbeeld. Maar er moeten ook bassins voor zoet water worden aangelegd, om in droge periodes de zwaarste klappen op te vangen.’ De hoogleraar voorziet dat kleinere bedrijven zullen proberen te verhuizen wanneer de waterzekerheid in het geding komt. Andere zullen moeten overschakelen op andere activiteiten – waarmee een typisch Nederlandse sector in gevaar komt. Woltjer: ‘De bollenteelt in de kustzone, die nu al met verzilting van het grondwater kampt, laat zich niet zo gemakkelijk naar, zeg, Twente verplaatsen. Waar men overigens ook met meer droogte rekening moet houden. Natuurlijk, we zouden de zoetwatervoorziening ook aan de kust op peil houden. Maar de kosten die dat met zich meebrengt, zeker in laaggelegen polders, zijn nauwelijks nog terug te verdienen.’

Geen bronwater in het toilet

Ook bedrijven en consumenten zullen moeten inspelen op problemen, aldus Woltjer. ‘Bedrijven zullen zuiniger moeten omspringen met water, en moeten water van lagere kwaliteit gebruiken. Als bedrijven clusteren en een eigen leidingsysteem aanleggen, kunnen ze elkaars water filteren en hergebruiken. In de industrie is heus niet altijd bronwaterkwaliteit nodig. Net zomin als consumenten hun toilet met bronwater moeten doortrekken. In de duurzame huizenbouw is daar al aandacht voor. We moeten allemaal anders over water gaan nadenken, en beseffen dat we straks eerder te weinig dan te veel zoet water hebben.’

 

Bron: website Rijksuniversiteit Groningen